Biodiversiteit klinkt vaak als iets van natuurgebieden en bermen. Toch begint biodiversiteit ook gewoon op het erf. Op akkers en tussen gewassen. Want de keuzes die je als teler maakt, hebben direct invloed op insecten, bodemleven en vogels.
Juist daarom krijgen nieuwe teelten steeds meer aandacht. Ze bieden kansen voor lokale eiwitproductie, een lagere inzet van kunstmest en meer leven in het agrarisch gebied. Onderzoek van Wageningen University & Research laat zien dat bloeiende gewassen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan bestuivers, zoals wilde bijen, hommels en zweefvliegen.
Peulvruchten zijn daar een goed voorbeeld van. Denk aan veldbonen en lupine. Deze vlinderbloemige gewassen trekken insecten aan tijdens de bloei. Tegelijk verbeteren ze de bodem. Ze halen stikstof uit de lucht, en gebruiken deze in het beginsel voor eigen groei, waardoor er onder goede bodemomstandigheden minder behoefte is aan het gebruik van stikstof-kunstmest. Vaak functioneert de samenwerking met de Rhizobium bacterie het beste bij een lage stikstofbemesting. In dit soort gevallen kan een lagere stikstofbemesting bijdragen aan een actiever functioneren van het bodemleven.
Onderzoek van het Louis Bolk Instituut laat zien dat veldbonen tijdens de bloei veel bestuivers aantrekken, vooral hommels. Later in het seizoen nemen juist natuurlijke vijanden van plagen toe, zoals lieveheersbeestjes en zweefvliegen. Daarmee leveren veldbonen niet alleen eiwit, maar dragen ze ook bij aan een sterker ecosysteem op en rond het perceel.
Ook zonnekroon krijgt steeds meer aandacht. Het gewas bloeit laat in het seizoen, van juli tot september. Juist in die periode ontstaat vaak een tekort aan bloemen op het platteland. Volgens Wageningen University & Research kan zonnekroon daardoor een aanvullende voedselbron zijn voor bestuivers.
Biodiversiteit draait bovendien niet alleen om afzonderlijke gewassen, maar ook om het teeltsysteem. Een ruimer bouwplan met verschillende gewassen zorgt voor afwisseling in wortels, gewasresten en bloei door het seizoen heen. Niet ieder gewas helpt namelijk dezelfde soorten. Juist die afwisseling maakt een perceel interessanter voor insecten en ondersteunt het bodemleven.
Daarom kijken steeds meer telers naar mengteelten. Daarbij groeien twee gewassen tegelijk op hetzelfde perceel. Een bekend voorbeeld is de combinatie van tarwe met veldboon. Tarwe geeft stevigheid aan het gewas, terwijl veldboon stikstof levert aan de bodem. Samen bedekken ze sneller de grond, waardoor onkruid minder kans krijgt. Tegelijk spreidt een mengteelt risico’s. Valt één gewas tegen, dan blijft het andere vaak overeind. Desondanks zijn mengteelten niet eenvoudig, twee planten tegelijkertijd laten afrijpen is op dit moment erg lastig. Lukt dat wel, dan is het gelijktijdig oogsten de volgende uitdaging in dit proces. Daardoor zijn mengteelten in de praktijk vaak een hoofdgewas, gecombineerd met een ondersteunend gewas dat een aanvullende rol speelt. Die aanvullende rol dient dus niet alleen het hoofdgewas, maar bevorderd dus ook de diversiteit op het perceel.
De Week van de Biodiversiteit laat zien hoe belangrijk biodiversiteit is in natuurgebieden én in de landbouw. Nieuwe teelten kunnen daarin een praktische rol spelen. Voor bestuivers, voor een gezonde bodem en voor een weerbaar landbouwsysteem.
Bronnen:
